Voetbaltalent met een migrantenachtergrond.
Het Oranje-shirt als toelatingsexamen.
Nederland houdt van hard werken. Tenminste, zolang iemand anders het zware werk doet.
In de jaren zestig en zeventig haalde Nederland actief arbeidsmigranten uit onder meer Marokko, Turkije, Spanje en Italië. Niet uit medemenselijkheid, maar omdat de economie zonder hen vastliep. Zij deden het werk waar veel Nederlanders hun neus voor ophaalden: in de fabrieken, de havens, de mijnen en de schoonmaak. Vuil werk. Zwaar werk. Slecht betaald werk. Slechte huisvesting.
Hun arbeid was onmisbaar.
Ze
hielpen Nederland welvarend worden. Maar waardering stopte bij de
fabriekspoort. Als werknemer waren ze welkom, als buurman veel
minder. Ze bouwden mee aan het land, maar mochten er nooit
vanzelfsprekend bij horen.
Dat is geen geschiedenis. Dat is een
patroon.
Hun kinderen en kleinkinderen zijn hier geboren, gingen naar Nederlandse scholen, spreken Nederlands en betalen belasting. Toch blijven ze "Nederlanders met een migratieachtergrond". Alsof een Nederlands paspoort nooit voldoende is. Alsof hun
Nederlanderschap altijd eerst moet worden goedgekeurd.
En dan dient zich een uitzonderlijk voetbaltalent aan.
Ineens
is hij wél Nederlander. Tenminste, zolang hij voor Oranje kiest.
Want daar draait het uiteindelijk om.
Kiest hij voor Nederland,
dan is hij hét bewijs dat integratie is geslaagd. Kiest hij voor
Marokko, Turkije of een ander land waarmee hij zich verbonden voelt,
dan is hij ondankbaar.
Dan heeft Nederland hem "alles gegeven". Dan moet hij zijn loyaliteit bewijzen.
Van
een speler zonder migratieachtergrond wordt dat nooit gevraagd.
Alsof
een oranje shirt zwaarder weegt dan een Nederlands paspoort.
Daar
zit de hypocrisie.
Zijn ouders waren goed genoeg voor het werk dat Nederland nodig had. Hun kinderen zijn goed genoeg om doelpunten voor Nederland te maken. Maar zodra zij zelf beslissen aan welk shirt zij hun hart verbinden, blijkt hun Nederlanderschap ineens niet meer vanzelfsprekend.
Het
probleem is dus niet de keuze van die voetballer.
Het probleem
is de overtuiging dat Nederland recht heeft op die keuze.
Een
samenleving die generaties lang de arbeid van mensen opeiste, maar
hun acceptatie voorwaardelijk hield, kan geen onvoorwaardelijke
loyaliteit eisen.
Wie meent dat iemand pas echt Nederlander is
als hij voor Oranje speelt, maakt één ding glashelder: niet de
voetballer moet zijn loyaliteit bewijzen, maar Nederland.
Reacties
Een reactie posten